Ruud Kuijer, sculptuur nr. 278

Ruud Kuijer, zonder titel, 2006, beton, 26.5 x 24 x 26.5 cm, sculptuurnr. 278

(collectie museum Beelden aan Zee, Scheveningen. Foto Rob Versluys)

 

 

Sculptuur 278  is een uit één stuk gegoten betonnen sculptuur. Voor het beeld zijn wegwerpverpakkingen gebruikt als mal. Voor de romp of basis van het beeld is een plastic wasverzachterfles gebruikt. Waar het handvat zat, hangt een deel van een stoommaaltijdverpakking. Halverwege zien we een afdruk van een hamburgerbakje in een rechthoekige vorm. Het beeld wordt beëindigd met een schuin afgezaagd deel van een kipverpakking.

 

Mij fascineert deze waanzinnige en ‘waardeloze’ (waardenloze) vormenwereld waar eenieder elke dag mee te maken heeft, die het gemak dient en ons tegelijkertijd met enorme problemen opzadelt.  Deze vormenwereld brengt me op de huid van de tijd: een aardbeienbakje of plastic melkfles kan morgen alweer een andere vorm hebben. De vormen krijgen in de beelden nog een tweede leven voordat ze definitief weggegooid worden. Of het beeld een maatschappijkritisch commentaar bevat is aan de beschouwer.

 

De vormen hebben de maat van onze hand: we kunnen ze van het schap pakken in de supermarkt, inpakken en opbergen. Sommige vormen, van bijvoorbeeld shampooflessen, komen tegemoet aan onze hand: ze hebben ribbels om onze grip te vergroten. Sculptuur 278 is abstract, maar ook niet helemaal. Herkenning van de fragmenten van de voorwerpen maakt het beeld deels figuratief. De vormen zijn met ons lichaam verbonden, meestal bevatten ze levensmiddelen. Door ze als mal te gebruiken zijn ze lichamelijk, fysiek geworden: van beton.

 

Belangrijk en uitdagend is de gedachte dat low(culture) tot high(art) zou kunnen leiden. Dat het tijdelijke eeuwig kan worden. Dat het waardeloze van waarde kan zijn. Maar de sculpturale kwaliteiten staan voorop, niet het verhaal. Ik wil vooral een heel goede sculpturen maken. De slappe vormen worden aan elkaar geschakeld of verbonden met siliconenkit en verstevigd met purschuim. Zo ontstaat een stevige mal waar heel dunne beton in kan vloeien, van de ene in de andere vorm. Als de beton is uitgehard wordt er gepeld tot het beeld overblijft. Ook de kit, pur en heel vloeibare beton zijn sculpturale middelen en materialen van nu.

 

De vormen worden op formele kwaliteiten verzameld, geselecteerd en gefragmenteerd. Ze bevatten vrijwel allemaal geometrische grondvormen: blok, cilinder, driehoekige doos-vorm. Ze mogen niet te specifiek of ingewikkeld zijn van vorm: het letterlijke van de voorwerpen moet worden vermeden. Vandaar fragmenten en het afgieten. De vormen worden zo indirect mogelijk aangewend. Letterlijkheid staat het plastische avontuur in de weg. Te specifieke details als handvaten of flessenhalzen worden eraf gezaagd. Veel vormen worden ook ondersteboven gebruikt.

 

Ik componeer met deze vormen. Ik heb er honderden om me heen en ik werk vanuit verschillende thema’s, onder andere: liggende vorm, stilleven (Morandi), vorm met gat, driehoekige zuil, uitwaaierend vanuit een centrum. Driedimensionaliteit is van groot belang. Ik wil mezelf (en hopelijk anderen) vooral verrassen. Toeval een kans geven. Werken en schetsen met deze vormen gaat snel. Je kan snel iets proberen en opnieuw beginnen als het tegenvalt. In praktische zin heel effectief, de vormen zijn voor het grijpen, fantastisch.

 

De vormen hebben ruwweg maten van 10 tot 30 centimeter. De sculpturen worden ook niet groter, de maten van de vormen zijn bepalend voor de maat van het beeld. Het zijn tafelbeelden. In de betonnen Waterwerkenlangs het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht komen ook voorwerpen voor. Een tuinvijver, badkuip of surfplank en meer. Naar water verwijzende gebruiksvoorwerpen  met een forse maat, die van ons eigen lichaam of groter. Deze voegen zich prima naar beelden die heel groot (10 meter of hoger) moeten zijn om de weidse omgeving aan te kunnen.

 

De methode voor de grote en kleine sculpturen is nieuw maar vertoont sterke gelijkenis met de eeuwenoude cire-perdu methode. Ook hierbij gaat de mal verloren. Tegelijkertijd zijn de betonnen sculpturen verbonden met een andere sculpturale traditie: die van de collage die uit het kubisme voortkwam. De samenstelling van fragmenten tot een nieuw geheel, ontstond in de handen van de beeldhouwers in ijzer: Julio Gonzalez, David Smith, Anthony Caro en anderen. Sinds ongeveer 15 jaar is het mogelijk heel dunne en vloeibare beton te maken waardoor deze beelden nu gemaakt kunnen worden.

 

Ruud Kuijer, 3 november 2013