Wildernis

Drie schilders/tekenaars, Anne van As, Geer van der Klugt, Rob Regeer en de installatiebouwer, objectenmaker, beeldhouwer – wat is hij? –  Pim Palsgraaf, begeven zich in de wildernis. Dat oneindige gebied waar verhalen vandaan komen, over de boze wolf bijvoorbeeld. Die ruimte waar natuur en cultuur met elkaar verweven zijn en de schrik je om het hart kan slaan.

 

Anne van As, Rob Regeer, Geer van der Klugt en Pim Palsgraaf reageren elk op hun eigen wijze op de vraag waar natuur, dier en mens in de evolutie gebleven zijn.  De eeuwige vraag naar zin en betekenis wordt door hen met suggestieve kunstzinnige middelen gepoogd te beantwoorden. Voorzichtig krassen zij in het vernislaagje van het leven en laten de verbeelding zweven. Wat er dan wordt ontwaard is vaag, verhullend, soms symbolistisch. Maar dan plotseling een helder beeld, een extremiteit, zoals in de taxidermische  werken van Pim Palsgraaf; een hertenkalf fragiel staand op een grijze huizenmassa die uit de aarde lijkt te wellen.

 

Onlangs is over het werk van Anne van As (1959) een publicatie verschenen: Anne van As, Wilderness (Eindhoven, 2014). In de inleiding schrijft Henriëtte Heezen: ‘Als door flarden van regen, een zachte nevel of schemering bekeken, zo zien veel werken van Anne van As eruit. Flinterdunne lagen verf liggen als een sluier over het werk alsof het iets wil toedekken, aan het zicht onttrekken.’ Uit die sluier komt een dier tevoorschijn, een ijsbeer, wolf, haas of konijn, aaibaar, als in een paradijselijke wildernis.

De met Oost-Indische inkt getekende koppen van honden en katten kijken je gemaskerd aan met de blik van ‘denk maar niet dat je mij ooit zal doorgronden’. Ze verschuilen zich en denken er het hunne van. De werelden van dier en mens zijn nabij doch gescheiden.

 

Rob Regeer (1957) laat die dualiteit ook zien. Van hem worden recente schilderijen getoond van in het duister gehulde landschappen, met ergens een lichtpuntje uit een raam van een huis of van een verre lantaarn. Gloort er hoop, enige menselijkheid in een unheimlich aandoende omgeving of zitten daar slechts menselijke roofdieren, spiedend en zwijgzaam wachtend op hun prooi? Over de acrylverf brengt Regeer een dunne laag epoxy aan wat de afbeelding letterlijk fixeert maar tegelijkertijd ook minder toegankelijk maakt. Je moet als beschouwer je best doen deelgenoot van de scene te worden, de entree tot het podium gaat gepaard met het wegschuiven  van het gordijn en nog een gordijn, en nog een…

 

Geer van der Klugt (1961) maakt met pastel, gouache, houtskool en potlood grote tekeningen van desolate landschappen. De mens is er niet in te zien, maar het landschap is overduidelijk door de mens beïnvloed, vervormd zou je kunnen zeggen. We zien bospartijen in een vreemd perspectief, soms grote kaalgeslagen leegten daarin en dan weer banen met bijna verblindend licht die rechtstreeks uit de hemel lijken te komen. Alles wijst erop dat Van der Klugt zoekt naar een combinatie van het vertrouwde en het onzichtbare. Hij brengt dat zo overtuigend aan op het papier dat de beschouwer wordt geprikkeld mee te kijken naar dat wat ontekenbaar is. Het mysterie schuilt daar ergens in dat bos, in dat licht, onbereikbaar.

 

Bij Pim Palsgraaf (1979) overspoelt de stad, als een tsunami van modelhuisjes, de natuur in de vorm van opgezette dieren. Hij combineert de fysieke beesten  – hertenkalfjes, paarden, kippen, vossen, bunzingen, noem maar op – met de alsmaar uitdijende menselijke invloed op de natuur, gesymboliseerd door eentonige, grijze huizenmassa’s. De stad dringt  door tot in de haarvaten van de flora en fauna. En de mens kijkt ernaar, in een galerie, geboeid en ook enigszins verbijsterd over de schoonheid van de apocalyps. Het zijn indringende constructies van hout, foam, beton, plastic, metaal en opgezette beesten. De natuur en cultuur ineen verweven.

 

Opening: zondag 22  juni, 17.00 uur, door de oud-directeur rentmeester van het Utrechts Landschap, Henk Lugtmeijer.

Klik hier voor een impressie van de opening.

Deze zomertentoonstelling 2014 loopt t/m 24 augustus