Percepties van de werkelijkheid

23 april t/m 28 mei

 

Opening op zondagmiddag 23 april om 17.00 uur.

 

Klik op Het leven der lijnen voor de bijdrage van Jaap Röell aan de opening van de tentoonstelling.

 

De gastcuratoren Nanky de Vreeze en Pimm van der Donk hebben, opererend onder de titel Kunst on Location, een tentoonstelling in KuuB samengesteld. Zij hebben daarvoor acht kunstenaars aangezocht waarvan zes elk op hun eigen specifieke wijze met potlood of houtskool op papier, hun perceptie van de werkelijkheid weergeven.

 

Dat zijn Femke Gerestein, Arie de Groot, Beppe Kessler, Arno Kramer, Romy Muijrers en Zoltin Peeter. Allen tekenaars pur sang waarvan sommige door hun kunstenaars- en docentschap op academies, inspirerend zijn geweest voor de meest talentvolle jonge generatie van nu. Daarnaast zijn er objecten of beelden te zien van Yumiko Yoneda en van Herbert Nouwens.

 

Het is een expositie geworden waarmee de curatoren het aards geluk trachten vorm te geven dat, zoals Marcel Proust het formuleerde, een compromis is tussen droom en werkelijkheid.

 

Femke Gerestein (1982), een van die talentvolle tekenaars uit de jonge generatie, gebruikt haar eigen lichaam als tekengereedschap. Vorig jaar verbleef Femke als ‘artist in residence’ een aantal maanden in Kaus Australis in Rotterdam. Gedurende die periode wreef ze delen van haar lichaam in met grafietpoeder waarna ze voorzichtig contact maakte met op de grond liggende grote vellen papier. Op deze manier laat ze vluchtige schaduwtekeningen achter van zichzelf.

 

Arie de Groot (1937-2016) is zijn levenlang een eigenzinnig onderzoeker in de beeldende kunst gebleven. Hij vond daarbij onder andere inspiratie in de eenvoud van Afrikaanse gebruiksvoorwerpen. Die ontroerden hem. Zijn oeuvre bestaat vooral uit werken op papier in gebroken wit waar hij allerlei kwetsbaar en ‘waardeloos’ materiaal als in een collage in verwerkte zonder daarbij geometrische basisprincipes te verloochenen. Het Museum Boymans Van Beuningen heeft na zijn overlijden in grote dankbaarheid een schenking ontvangen van 19 van zijn werken. Het museum heeft daar zelf nog een aankoop uit zijn oeuvre aan toegevoegd.

 

Beppe Kessler (1952) is in zoverre een uitzondering op deze tentoonstelling daar zij als drager van haar tekeningen geen papier gebruikt maar metaalsoorten, zoals koper of aluminium. Haar werken krijgen mede daardoor een object-achtige uitstraling. Zij krast, tekent, schuurt op dit materiaal haar verwijzingen naar ruimte, ritme en de natuur. Al haar werk is ingegeven door de wens beweging door wind, water of zand te projecteren op panelen. Niet zichtbaar maar wel voelbaar is haar grote affiniteit met de natuur.

 

Arno Kramer (1945) is beeldend kunstenaar/dichter of dichter/beeldend kunstenaar zo u wilt. In zijn poëtische tekeningen, soms op groot formaat, veelal werkend met houtskool in combinatie met potlood, wisselen figuratieve en abstracte elementen zich af. Daarbij zien we flarden van de (Ierse) natuur, soms dieren, een vrouw, een bouwwerk of zijn er teksten doorheen geweven. Zijn werken schuren, een gevoel van ongemak kan zich bij het zien van zijn werk openbaren maar steeds overheerst de poëzie van het kwetsbare leven.

 

Romy Muijrers (1990), in 2015 afgestudeerd aan de Kunstacademie in Den Haag en nu studerend aan de Docentenopleiding Beeldende Kunst van de HKU, wil met haar tekenkunst als in een tijdmachine, de verloren tijd hervinden. Verleden en heden vermengen zich tot een innerlijke wereld. Veelal scheurt en vervormt ze het papier waardoor de tekeningen een driedimensionaal karakter krijgen en we aan de hand van de figuren die zijn afgebeeld, een imaginaire ruimte betreden.

 

Zoltin Peeter (1942) tracht in zijn tekeningen de ruimte en stilte van het hoge noorden, in IJsland en Noorwegen, te vatten. In zijn rijdend ‘atelier’ trekt hij door het ‘lege’ landschap. Daar legt hij in kleine tekeningen de essentie van dat ongrijpbare landschap vast. Eenmaal weer thuis in Friesland vormen deze de inspiratiebron voor grote tot zeer grote tekeningen, veelal met houtskool en grafiet, waarbij de stilte voelbaar wordt gemaakt door tussen de lijnen, streken en vormen, delen van het papier onbewerkt te laten. Het wit is de drager, daar is sereniteit, ruimte en … stilte.  

 

Naast deze tekenaars voegen Nanky en Pimm, witte of grijze sculpturale vormen van Yumiko Yoneda (1965) aan de expositie toe. Deze organische, veelal ronde en verstilde vormen, verspreid door de galerieruimte, zijn op die manier als het ware verbindende pauzemomenten.

 

En buiten op de binnenplaats van KuuB staat een aantal kleinplastieken van Herbert Nouwens (1954). Stalen constructies als stevige potloodlijnen die een enorme ruimte uitstralen. In je handen dijen ze uit tot immense volumes waar je omheen kunt lopen, er onder kan schuilen en die als een ‘landmark’ torenen tegen de lucht. Hun werkelijkheid is een perceptie.