Toespraak opening Het Onfeilbare Systeem; Willem Harbers & Annemieke Alberts,

Alex de Vries

2018

Verbeelding als persoonlijke daadkracht

Wezenlijk voor een systeem is dat het samenhang heeft, dat de zelfstandige delen op elkaar zijn afgestemd, dat er een coherent geheel van elementen is, zowel van dode als levende aard, zowel apparaten als organismen, zowel mechanismen als natuurlijke verschijnselen. De dichter Leo Vroman spreekt in zijn psalmen de schepping of mogelijk een schepper aan met ‘O, systeem’. Hij beschrijft het systeem onder meer als de aard van het lichaam, een wezenlijke aanwezigheid op niets gelijkend. Vroman schrijft in die psalmen op toegankelijke wijze over het onverklaarbare allergrootste dat ons onzichtbaar omringt en daarin verschilt hij van het onfeilbare systeem dat ons wordt voorgehouden in het werk van Annemieke Alberts en Willem Harbers. In hun schilderijen en sculpturen is het systeem zichtbaar, tastbaar en werkzaam als visualisering van iets wat het zou kunnen zijn. Als je de sculpturen van Willem Harbers aanzet, dan werken ze. Als je de schilderijen van Annemieke Alberts betreedt, kun je erin uit de voeten. Het kunstwerk werkt. De beelden doen het.

De energie die de kunstwerken van beide kunstenaars in werking zet, is geen stroom die uit het stopcontact komt, maar is een vorm van resonantie in het universum waarvoor geen sterke, dynamo of motor bestaat en die alleen in de verbeelding een persoonlijke daadkracht heeft.

Anders dan het alomvattende systeem van Vroman, kent de vorm van verbeelding die als het onfeilbare systeem wordt gepresenteerd geen almacht, maar eerder een amechtig streven om op adem te kunnen komen. Het beoefenen van kunst is in die zin vooral een vorm van ademhalen, van lucht geven aan omnipotentie.

Willem Harbers doet dat in concrete, zorgvuldig uitgevoerde en afgewerkte sculpturale objecten die zich voordoen als apparaten of machines, vaak met organische trekken waarin lichaam, geest en gedaante samenvallen met vorm, materie en maatvoering. Iedere sculptuur refereert aan een functie die latent in ons aanwezig is, maar die we nog niet hebben kunnen benutten, of het is een verwijzing naar rudimentaire menselijke eigenschappen zoals het staartbeen of het restant van het oogvlies die verwijzen naar een dierlijke afkomst. Als Willem Harbers een marmeren oor aan een muurscherf laat groeien dan wordt de letterlijke gewaarwording dat muren oren hebben sculpturaal van het spreekwoordelijke ontdaan. Het is geen beeldspraak of taalgrap, maar een archeologisch artefact van het hedendaagse, alsof we hij hier zijn aangelopen tegen brokstukken van leven die door een vulkaanuitbarsting zijn bedolven. Een gang langs zijn sculpturen is een wandeling door een ons nog onbekend Herculaneum waar we voorwerpen aantreffen waarvan de voormalige of eventueel toekomstige functie nog moet worden aangetoond. Je kunt zijn voorwerpen classificeren en door ze onderling te vergelijken duiden in een zowel culturele als functionele samenhang. Om dat onderzoek naar behoren te kunnen doen, bouwt hij ook instrumenten die zowel binnen als buiten laboratoria kunnen worden ingezet voor denkbeeldig onderzoek: dat wil vooral zeggen dat zijn sculpturen als tastbare denkbeelden tot hun recht komen.

Zijn hemelboor, wolkenhoorn en sterrenploeg stellen je in staat om het buitenaardse, kosmische landschap als een landbouwer te bewerken. Waar een boer een voor in de klei ploegt, ploegt Willem Harbers een metafoor in de ether. Dat mag een flauwe beeldspraak zijn, maar doordat iedere sculptuur van hem tegelijkertijd zowel ambachtelijk is vervaardigd als ideematig verwezenlijkt vallen materiaal en mentaliteit samen. Daardoor zijn de werken technisch hoogwaardig en zinnebeeldig betekenisvol.

Voor de schilderijen van Annemieke Alberts geldt dat ze in architecturale zin een navolgbare gedaante hebben. Je kunt je er een voorstelling van maken hoe de gebouwen die ze schildert kunnen worden bewoond en beleefd. Tegelijkertijd maken ze de indruk ontwricht te zijn, alsof in die gebouwde structuren zich ruimtes openen die zich niet door vloeren, plafonds en muren laten begrenzen, maar als fata morgana gestalte krijgen, als een zindering van warmte in de atmosfeer. Zij haalt de kou uit de lucht. Het is een vorm van die resonerende energie die weliswaar wordt opgeroepen door de verf en het doek maar die zelf niet tastbaar is weergegeven. In het luchtledige dat door het schilderij wordt opgeroepen komt de geschilderde ruimte pas zichtbaar tot stand. Daardoor heeft de architectuur en de stedenbouw die Annemieke Alberts schildert een onwerkelijk gehalte, terwijl vrijwel ieder element zich ook concreet laat benoemen. Toch overheerst de sferische kwaliteit van het werk. Ze schuift daartoe in haar schilderijen uiteenlopende onderdelen in elkaar, zoals in het schilderij ‘Laundry’ waarin wit wasgoed, lijnen van een sportveld, witte hekken, staande balken, wanden en muren, landschappelijke lichtval en luchten en andere beeldelementen met hun concrete vormen juist een onbepaalde aanwezigheid veroorzaken. Er hangt iets in de lucht. Het is de presentie, de tegenwoordigheid van geest van jezelf die door ernaar te kijken in het schilderij wordt veroorzaakt. Je kunt er wel buiten blijven, maar daarmee dring je niet tot het schilderij door. Als de intentie is in het schilderij manifest te zijn, kun je erin plaats nemen en je er doorheen bewegen. Dat betekent ook dat je vanuit het schilderij de totstandkoming ervan kunt bekijken. In feite zie je hoe je door de schilder wordt gezien. Die omdraaiing van wat er op het doek te zien is, maakt de manier waarop jezelf de werkelijkheid ondergaat tot onderwerp van dit werk. Je weet ook dat je het anders ervaart dan Annemieke Alberts die in haar schilderijen met verf door de ruimte zwierend als een trapezeartiest het kijken een vrij zwevend gehalte geeft.

De sculpturale apparaten van Willem Harbers stimuleren in hun multifunctionaliteit het voorstellingsvermogen, waardoor je bijvoorbeeld kunt bedenken dat stofzuigers en elektrische tandenborstels ook dienst kunnen doen als zinnelijke vrijgezellenmachines. Zijn beelden hebben weliswaar ook minder voor de hand liggende connotaties, maar zijn juist daardoor beeldend voedsel voor het brein. De schilderijen van Annemieke Alberts hebben ondanks hun bouwkundige onderwerp een poëtisch uiterlijk dankzij een specifiek coloriet, melodieuze compositie en raadselachtige atmosfeer die in het alledaagse een voedingsbodem vindt. Wat je vindt gaat niet langer verloren.

Alex de Vries

BACK